Teksten schrijven Copy

Meestal wordt er veel meer tijd besteed aan het leesonderwijs dan aan het schrijven van teksten. Zonde, want het schrijven en lezen beïnvloeden elkaar op een positieve manier. Door met thema’s te werken kun je het schrijfonderwijs veel makkelijker implementeren. De eerste teksten kunnen al vrij snel geschreven worden. Je hoeft dus echt niet te wachten tot de kinderen goede zinnen kunnen schrijven.

Wanneer de kinderen hun ervaringen over een bepaald thema tekenen, dan kun je ze er ook gelijk bij laten schrijven. Het schrijven over eigen ervaringen is de basis, dit kan namelijk iedereen. Niet alleen de kinderen die heel talig zijn of veel fantasie hebben.

Er zijn verschillende soorten teksten die de kinderen kunnen schrijven; elke tekst heeft weer zijn eigen kenmerken. Denk aan het schrijven van een ervaringstekst, verhalende tekst, informatietekst, instructie, stripverhaal of een samenvatting.

Ervaringstekst

Over het algemeen wordt er in de klas niet heel veel door de kinderen verteld. Natuurlijk mogen de kinderen tijdens de maandagochtendkring wat vertellen of tijdens een evaluatiemoment, maar daar blijft het vaak wel bij. Tijdens het thematisch werken kun je heel goed gebruik maken van vertelrondes. In zo’n gesprek worden kinderen gestimuleerd om hun eigen ervaringen te vertellen. Hierdoor ontstaat er een sfeer van herkenning, want het verhaal van de een kan een bepaalde herinnering bij de ander oproepen. “Oja, dat was bij mij ook!”

Eigen ervaringen delen

Naar aanleiding van een gebeurtenis, verhaal of filmpje kun je aan de kinderen vragen: ‘Wie heeft er ook weleens in een restaurant gegeten?’ of ‘Wie heeft ook weleens gespeeld in de sneeuw?’ Een bijkomend voordeel hiervan is dat kinderen die normaal niet willen of durven vertellen toch ook hun vinger gaan opsteken. Kinderen raken geboeid, kunnen zich herkennen en zijn hierdoor betrokken bij het onderwerp.

Voor de leerkracht is het trouwens de uitdaging om geen kennisvragen te stellen: ‘Wat eet je in een restaurant?’ ‘Wat hoort er bij de winter?’ De kinderen gaan namelijk bij deze vragen zich bedenken wat de leerkracht wilt horen. Het zijn vaak korte en algemene antwoorden. Maar wanneer de leerkracht ervaringsvragen stelt: ‘Hoe ging het?’ ‘Wat deed je toen?’ ‘Hoe vond je het?’ ‘Wat gebeurde er?’ ‘Hoe zag het eruit?’ krijg je een heel ander gesprek. Een gesprek waarin kinderen hun verhaal mogen vertellen en er geen goed of fout is.

Schrijfopdracht

Na het vertellen geef je de kinderen aan de hand van de beginvraag de opdracht om een lijstje te maken. Bijvoorbeeld: maak een lijstje van dieren die je hebt gezien in de dierentuin of maak een lijstje van verschillende plekken waar je kunt eten. Vervolgens kiezen de kinderen een onderwerp van het gemaakte lijstje om aan hun maatje over te vertellen. Na het vertellen schrijven de kinderen een tekst over dit onderwerp. Doordat ze er al over hebben verteld is het schrijven van de tekst een stuk eenvoudiger geworden.

Wil je meer informatie over het voeren van vertelrondes en het schrijven over eigen ervaringen? Het boek ‘Iedereen kan leren schrijven‘ van Suzanne van Norden is dan echt een aanrader!

©juflauramanten

Praktijkvoorbeeld thema Mijn lijf

Tijdens de muziekles hebben de kinderen het liedje ‘Ziek van minidisco‘ geleerd. De leerkracht laat het liedje nogmaals horen als introductie op de vertelronde. Tijdens de muziekles kwamen er namelijk al een hoop verhalen los bij de kinderen.

Als het liedje is afgelopen vraagt ze: “Wie heeft er ook weleens pijn gehad?” Er schieten gelijk een aantal vingers de lucht in van kinderen die hun ervaringen willen delen.

Na het vertellen krijgen de kinderen de opdracht om individueel een lijstje te maken met momenten waarop ze pijn hadden. Ben je een keer gevallen met de fiets? Moest je naar de tandarts? Had je buikpijn?

Vervolgens kiezen de kinderen een situatie van hun lijstje en vertellen aan hun maatje wat er precies gebeurde en hoe ze het vonden.

Na het vertellen van hun verhaal hoeven ze het alleen nog maar op papier te zetten. De leerkracht deelt de blaadjes uit en het schrijven kan beginnen.

Verhalende tekst

Het schrijven van een verhalende tekst is heel leuk, maar veel lastiger dan een ervaringstekst. De kinderen moeten namelijk echt zelf hun fantasie gebruiken. Het is daarom belangrijk om het schrijfonderwerp goed te introduceren, want er zijn maar weinig kinderen die uit zichzelf tot een verhaal komen.

Het schrijven van een verhaal zou je kunnen verdelen in vier stappen:

  1. Startactiviteit
  2. Brainstormen/fantaseren
  3. Tekst schrijven
  4. Tekst presenteren

Begin je gelijk met stap 3 dan weet je van te voren dat je veel vragen kunt verwachten van kinderen die niet weten hoe ze moeten beginnen of het schrijven ‘stom’ vinden. Het praktijkvoorbeeld hieronder geeft duidelijk weer hoe je de vier stappen kunt doorlopen.

Praktijkvoorbeeld thema Feest

Sinterklaas is weer in het land en de kinderen zijn er volop mee bezig. De leerkracht maakt gebruik van hun enthousiasme en besluit om er een schrijfopdracht aan te koppelen.

In de kring leest ze het boek ‘Klaasje Sinterklaasje en de pakjesboot‘ van Kathleen Amant voor. Het boek gaat over Klaasje die Sinterklaas graag wilt helpen.

Na het lezen overleggen de kinderen in tweetallen: wat weet je uit het boek wat de taken van Sinterklaas zijn? Weet je nog andere taken die Klaasje zou kunnen doen? De ideeën schrijven ze op in een woordweb. Het doel hiervan is dat de kinderen zich gaan inleven in Klaasje en hun fantasie gebruiken. Wat zouden zij voor taken willen doen als ze Sinterklaas mogen helpen?

Vervolgens bespreekt de leerkracht een aantal ideeën klassikaal. Ze schrijft deze ook op het bord als ondersteuning voor het schrijven van de tekst. Daarna gaan de kinderen aan de slag met hun tekst. Ze kunnen de hulpzinnen op het bord en de ideeën uit hun woordweb gebruiken. Tot slot mogen een paar kinderen hun tekst voorlezen.

20171123-DSC_1923
©Willeke Visser
©Willeke Visser

Praktijkvoorbeeld de praatplaat

Juf Willeke geeft de kinderen regelmatig een kopie van een praatplaat bij het thema. De kinderen gaan in tweetallen met een venstertje (heel eenvoudig zelf te maken) over de praatplaat. Ze kijken erdoorheen en bedenken een verhaaltje bij wat ze in het venstertje zien.

De verhaaltjes bespreken de kinderen met elkaar. Vervolgens kiezen ze een situatie uit en dat verhaaltje werken ze samen nog preciezer uit. Het plaatje (door het venstertje) knippen ze uit en plakken ze op een vel papier. Het verhaaltje wordt eerst in het klad geschreven, daarna gecontroleerd en uitgetikt op de computer. De tekst wordt bij het plaatje geplakt.

Juf Willeke verzamelt alle verhaaltjes en maakt er een boek van. De kinderen pakken dit er regelmatig nog eens bij om de verhaaltjes van elkaar te lezen. Tijdens deze activiteit werken de kinderen aan: mondelinge taalvaardigheid, woordenschat, samenspraak, schrijven, spelling en lezen.

Informatietekst

Bij bijna alle thema’s kun je ook een informatietekst laten schrijven. De kinderen delen hierin een aantal weetjes wat ze hebben geleerd. Dit gebeurt meestal naar aanleiding van een leervraag. Antwoorden kunnen gevonden worden in informatieboeken of expert leesteksten die door de leerkracht zijn geschreven.

De kinderen schrijven bijvoorbeeld een informatietekst over hoe je een hond moet verzorgen, wat de taken van een tandarts zijn of geven weetjes over een planeet. Vervolgens kan de tekst in het rollenspel gebruikt worden of om bijvoorbeeld ouders of andere kinderen te informeren over een bepaald onderwerp.

©Alie van Wijk

Praktijkvoorbeeld thema Op reis

In de klas zijn de kinderen druk bezig met het opzetten van een reisbureau. Samen met de kinderen wordt besloten om informatieposters over drie verschillende landen te maken.

De kinderen krijgen een tekst die ze in tweetallen lezen. Uit de tekst halen ze de belangrijke woorden die iets vertellen over wat je in het land kan ‘zien en doen’. Deze woorden schrijven de kinderen op.

Vervolgens mogen een aantal tweetallen vertellen over welk land ze hebben gelezen en wat je er kunt zien en doen. De leerkracht heeft op het bord drie kolommen gemaakt en schrijft de informatie bij het juiste land.

Nadat alle informatie is gedeeld mogen de kinderen een blad met geprinte foto’s pakken dat hoort bij ‘hun’ land. Vervolgens gaan de kinderen in groepjes de poster maken. Op de poster plakken ze de foto’s en komen de belangrijke woorden te staan. Een mooi groepswerk voor in het reisbureau.

Praktijkvoorbeeld thema Op reis

Wanneer een klant een reis boekt moet hij wel weten naar wat voor soort land hij gaat. Het is dan fijn om alvast wat informatie te krijgen.

De kinderen worden verdeeld in groepjes en elk groepje maakt een vakantiefolder over een bepaald land. De leerkracht heeft voor elk groepje een expert leestekst geschreven met allerlei weetjes over o.a. het weer, het landschap en de dieren die er wonen.

De kinderen krijgen de opdracht om minimaal drie weetjes op hun vakantiefolder te schrijven. Eerst schrijven ze de zin op kladpapier en als de zin door heel het groepje is goedgekeurd wordt de zin zo netjes mogelijk op de vakantiefolder geschreven.

Vervolgens zoeken de kinderen een mooie afbeelding op internet die de kinderen mogen printen en bij hun vakantiefolder mogen plakken.

Elke groepje presenteert de vakantiefolder aan de andere groepjes. Zo leert iedereen weetjes over de verschillende landen. Alle vakantiefolders worden gelamineerd, zodat ze intensief kunnen worden gebruikt in het reisbureau.

×
×

Winkelmand